
Een verhaal van hoop
Kerst 2025
Een gure namiddag kort voor Kerst. Ik spoed me door de straten van Antwerpen om bij Ed langs te gaan. Of Edje voor de vrienden. Toen we zijn studio poetsten, vertelde hij stukken van zijn levensverhaal. Ik was onder de indruk. „Ed, mag ik eens langskomen om het op te schrijven?” vroeg ik. „Kom maar langs” zei hij, „Gezellig met een bakkie thee of koffie”. Vandaag is het zover.
Door de groezelige gang vind ik zijn voordeur. Ik klop en duw de deur open. „Daar ben je! Kom maar, wil je bakkie koffie?” Hij wimpelt mijn excuses weg dat ik wat later ben. ”Wat wil je van me weten, meisie? Je weet, ik antwoord op alles, waar ik het antwoord van ken.” En verder: “Heb je even tijd?” Aan de lezer vraag ik het ook, heb je even tijd? Schuif je stoel dichterbij en we beginnen eraan.
Je had het misschien al door, Ed werd geboren in Nederland, als middelste van vijf kinderen. Zijn oudere broer en zus staken vaak kattenkwaad uit, maar hij kreeg altijd de schuld. Wat eerst normaal leek voor kinderen, werd later steeds opnieuw bevestigd: Ed werd het zwarte schaap in het gezin. Zijn broertje dat na hem geboren werd, had een mentale aandoening en daar ging veel zorg naar. De andere drie kinderen kregen het rijbewijs en een auto betaald, alleen Ed moest daar zelf voor instaan. Ed stelde zich daar destijds weinig vragen bij. Zijn oudste broer begon een café en in zijn vrije tijd (vooral weekends) werkte Ed daarin mee, jarenlang, om genoeg centjes te sparen.
Ondertussen was het gezin naar België verhuisd, naar Kalmthout. Hij begon met kleine jobs, zoals de groenvoorzieningen, maar kwam al snel terecht bij de firma Cleton, een bedrijf gespecialiseerd in industriële isolatie. Ze waren wereldwijd actief. Na verloop van tijd leasde hij zelf een vrachtwagen, waarmee hij het materiaal kon meenemen naar de klanten. Ook een deel van die vrachtwagen werd ingericht als zijn mobiel magazijn. Met collega Willem werkte hij ettelijke tijd samen. Ze kwamen in heel Europa, en zelfs 1 keer reden ze tot in de US, met de vrachtwagen op de boot. Ed glundert telkens hij over die vrachtwagen vertelt.
Op zijn 28ste trouwt hij. Zoals vele jonge stellen denken ze aan centjes verdienen, kindjes en huisje bouwen. Dit liep echter niet zo gesmeerd. Tot twee keer toe liep het mis. Eerst werd een jongetje, Ben geboren met de navelstreng rond de hals. Daarna volgde een meisje, maar op 2 à 3 maand kreeg zijn vrouw een miskraam. Elsje zag nooit het levenslicht.
Ondertussen hadden ze grond gekocht in Wuustwezel en begonnen ze ijverig te bouwen. Bij de familie van zijn vrouw gingen ze regelmatig bij elkaar helpen. Ed had bij zijn hele schoonfamilie geholpen, maar bij hem was er maar 1 schoonbroer die hielp met de ruwbouw. Het huis was bijna af, maar het koppel ging er nooit in wonen.
Op een vrijdag kwam hij naar huis na een drukke werkweek. Bij thuiskomst betrapte hij zijn vrouw met een andere man. Voor Ed was de maat vol. Hij vroeg onderdak bij zijn ouders en kon daar terug wonen, mits het betalen van een huur. Er kwam tegelijk een einde aan zijn werk bij Cleton. Volgens Ed zat zijn ex-vrouw daar voor iets tussen. Hij moest noodgedwongen de lease van zijn vrachtwagen stopzetten en ging aan de slag bij Opel. Vanuit de scheiding volgde de verkoop van het huis en na terugbetaling van de lening, werd wat restte verdeeld. Dit maakte dat hij een spaarpotje had om hopelijk een nieuw meisje mee te versieren en zijn leven weer op te starten.
Bij zijn ouders liep het echter niet van een leien dakje. De broer met een mentale beperking vroeg veel zorgen (en geld) en vader was op brugpensioen. Dat was te weinig om hun levensstandaard vol te houden. Er was dus geld nodig. Ed die altijd het zwarte schaap was, was de enige die moest bijdragen in het gezin.
Op een dag komt hij thuis en merkt dat zijn sleutel niet meer in het slot past. Daarop ziet hij een kleine nylonzak met kleren aan de deur staan en een brief er bovenop: „Ga maar ergens anders wonen.” Daar stond hij dan, totaal verbijsterd. Zijn verbijstering werd echter nog groter als hij bij de bank kwam. Hij had nog 50 € op zak en wou wat afhalen om te eten en zijn auto vol te tanken. Daar blijkt dat zijn moeder al zijn geld afgehaald had. De hele familie had in hetzelfde dorp bij dezelfde bank een rekening en toen kon je blijkbaar zonder volmacht geld afhalen. Al zijn spaargeld (van na de echtscheiding) en zijn loon dat net was uitgekeerd waren afgehaald. Er stond niets meer op zijn rekening.
Er zat niets anders op dan voor 25€ te tanken en voor 25€ eten te kopen en zo toe te komen tot Opel zijn volgende loon stortte (toen gelukkig nog om de 2 weken). Hij parkeerde zijn auto op de parking van Opel en kampeerde daar 2 weken. Daarna was er weer een loon en bood een vriend aan om bij hem te slapen. Zijn vader is ondertussen gestorven. Zijn moeder is in de 90, maar hij heeft geen contact meer, sinds ze hem aan de deur zetten en zijn rekening plunderde. Zijn broertje zit in een zorginstelling in Maastricht.
Hij kijkt voor zich uit, eigenlijk terug in de tijd. Mijn moeder heeft me nooit gemogen… slechts één keer in mijn leven heb ik om haar geroepen. Dat was toen ik van een stelling naar beneden viel. Met nog 12 collega’s stonden we op een stelling van 60 meter hoog, toen die plots doorbrak. De andere 12 vielen genadeloos de volle 60 meter naar beneden en overleefden het niet. Ed bleef als enige op zo’n 10 meter ergens aan hangen en viel met zijn knie op een staaf, waardoor hij met een knieblessure er vanaf kwam. Tijdens die val riep hij om zijn moeder. Tot op vandaag vind hij het een vreemde gedachte dat hij alleen die val overleefde.
Hij stopte bij Opel en ging terug aan de slag bij de industriële isolatie. Hij kwam Willem weer tegen en kon zijn vrachtwagen terug leasen. De vrachtwagen werd een halve werkplaats en ze reden weer naar het buitenland. Echter na een aantal jaren kwam er crisis in die activiteit en daalden de opdrachten aanzienlijk. Zowel Ed als Willem kregen hun C4. Hij was toen al een stuk in de 50.
Hij kon toen ergens valse plafonds gaan plaatsen tot hij last kreeg van een spierscheurtje in zijn schouder. Hij werd opgenomen in het ziekenhuis voor een kleine operatie. Als hij wakker wordt vraagt hij aan de verpleging waarom hij voor een spierscheurtje zo’n grote snede heeft. Blijkt dat ze hem een schouderprothese gaven, per abuis. Zijn kamergenoot had een prothese nodig. Dit verklaarde ook waarom de prothese te klein was. Kort erna krijgt hij de juiste prothese. Omdat er nog problemen zijn wordt hij een derde keer geopereerd. Dit zorgt ervoor dat hij sindsdien definitief invalide is, omdat hij zijn schouder niet meer kan gebruiken en door zijn eerdere val, kon hij al langer niet meer op zijn knie zitten. Sindsdien woont hij hier in de Carnotstraat. Binnen hetzelfde gebouw verhuisde hij een paar keer, tot hij in de studio belandde waar we nu samen zitten. Ondertussen stapt hij ook heel moeilijk. Omdat er slechts een heel kleine lift is, wacht hij nu op een plaatsje in de Olijftak (een assistentiewoning). Daar kijkt hij naar uit. Dan kan hij bij de ziekenkas een elektrische scooter vragen en is hij weer mobiel.
„Heb je dan nooit een nieuwe vaste relatie gehad, Ed?” vraag ik hem. „Neen, de eerste vrouw was teveel. Ze deed alles voor de familie, maar niets voor mij, inde graag mijn centjes, ik moest alles afgeven.” Wel doet hij veel samen met Marjanneke. Daar vertelt hij af en toe iets over en ik voel respect en genegenheid in zijn stem. Sommige attributen in zijn studio duidt hij aan: van Marianneke gekregen. Hij kende Marianne al langer, toen ze nog samen was met haar gewelddadige man. Ze kreeg slaag van hem, verloor zo het zicht in één oog en verloor haar tanden.. Ze kwam een tijdje bij Ed wonen om te schuilen voor haar man. Nu woont ze ergens in de buurt. Ze zorgt goed voor Ed. Kerst vieren ze samen. Met de laptop open op „Toppers” luisteren ze naar de muziek terwijl ze aperitieven met sateekes met pindasaus om te eindigen met afhaal Chinees. Hij glundert. Mijn ogen dwalen af naar zijn kleine kerstboompje. Marjanneke kocht die voor hem. Die staat te blinken naast een spreuk: „Al is mijn huisje nog zo klein, mijn vreugde is thuis te zijn”. Dagelijks bellen ze elkaar via Whatsapp en vertellen van alles aan elkaar.
Hij had ook een goede vriend Ludo. Ze waren samen aan het sparen om een huis te kopen in Deurne. Ludo en nog een vriend zouden het kopen en Ed zou bijdragen via huur en daar mogen wonen. Ludo kreeg echter botkanker en Ed was de enige die het mocht weten. Hun droom aan flarden. De vriendin van Ludo doet nu nog de was voor Ed, tegen betaling.
In zijn studio gaat het steeds moeilijker om goed voor zichzelf te zorgen. Door zijn invaliditeit lukt veel niet meer, bijvoorbeeld zelf zijn bed verversen. Hij werd opgepikt door de dienst Extra van de stad Antwerpen en zo werden wij (Gyva cleaning) gevraagd om zijn flat schoon te maken. Gezinszorg en een vaste poetshulp komen nu regelmatig en dankzij de dienst Extra staat hij op de wachtlijst van de Olijftak.
„Ed”, vraag ik, „Ben je niet boos als je terugkijkt?” „Nu niet meer, in het begin wel”. Nu hij invalide en gepensioneerd is, mag de wereld ontploffen. Hij is tevreden met wat hij heeft. Een buurman gaat af en toe naar de winkel voor hem en brengt enkele kartonnetjes Cara pils mee voor hem. „Dit blikje is mijn bakje troost” zegt hij, terwijl hij een toastend gebaar maakt. „Als mijn pensioentje gestort wordt, ga ik nog eens naar buiten. Ik neem alle rekeningen mee en doe mijn betalingen, dan is dat al in orde. Van wat rest, haal ik nog wat af en ga op café met wat vrienden. Soms drinkt hij ook een appeljenever, lekker zoet. Alcohol is nooit ver weg geweest in zijn leven, door het café van zijn broer, waar hij lange tijd in meewerkte. Als hij met de camion reed, trakteerde hij zich bij aankomst op een cognac of whisky.
„Hoe kijk je terug op je leven?” „Uiteindelijk ben ik blij dat er geen kinderen zijn. Anders had ik nog alimentatie moeten betalen en er om de zoveel tijd op passen. Er zijn wel neven en nichten in de familie via zijn zus, maar die wonen ver weg in Rotterdam, waardoor hij er geen contact mee heeft. „En verder zijn we de verloren familie.” „Waarom?” „Geen van de drie broers hebben kinderen, dus de naam gaat niet verder.” Voor hem geen spoor van spijt, gewoon een logische vaststelling.
„Als je één ding in je leven kon veranderen, wat zou je kiezen?” Hij aarzelt even, maar zegt dan heel resoluut: „Dat Ludo terug komt. Dan woonden we nu samen in Deurne”.
Tot slot vraag ik wat zijn boodschap is naar de lezers: „Goede hoop, houd altijd de hoop erin, hoe diep je ook zit, en reken erop, er zijn altijd mensen die je kunnen helpen. En ja, ook nog de beste wensen voor iedereen in 2026”.
Voor ik afscheid neem, ververs ik zijn lakens en dweil de vloer even. De avond voor mijn bezoek was hij gevallen en kon pas de volgende ochtend tegen 11 weer recht kruipen. Gelukkig lag hij dicht bij zijn bed en kon zijn dons over zich trekken. De hulp komt pas de volgende dag. Ik wens hem het beste. „En je weet hé, meisie, steeds welkom hier voor een bakkie koffie”.
Noot: Dit verhaal is louter en alleen gebaseerd op het verhaal verteld door Ed zelf. Dit is zijn levensverhaal, gezien vanuit zijn perspectief.
Marijke Beel - Gyva cleaning Antwerpen - Limburg - met dank aan Ed.
28/12/2025


